Thuja verplanten: wanneer, hoe groot de kluit en water in de winter
Door Foliasana · Bijgewerkt: 15 september 2026
Thuja is groenblijvend en verdampt daardoor volgens de infoschrift van de Bayerische Gartenakademie over thuja (hierna: de thuja-infoschrift) ook in de winter water. Over het verplanten zelf heeft de Royal Horticultural Society (RHS) een tekst over het verzetten van bomen en heesters. Verplant een gevestigde plant volgens de RHS alleen als het moet, want ook met de beste verzorging kan hij daarna slecht groeien of zelfs sterven. Een vuistregel van de RHS: bij een plant die langer dan vijf jaar op dezelfde plek groeit, is de kans veel kleiner dat hij het verplanten overleeft dan bij een jongere plant. Voor het verzetten van oudere planten kun je volgens de RHS overwegen een gespecialiseerd bedrijf in te schakelen. Daarvoor kun je bij een hovenier terecht.
Het moment: drie bronnen, drie situaties
Wat de thuja-infoschrift over het plantmoment schrijft, gaat over planten uit de kwekerij. Containerplanten kunnen volgens die infoschrift bijna het hele jaar de grond in; de beste plantperiodes zijn de nazomer en het voorjaar. De nazomer heeft volgens de thuja-infoschrift veel voordelen: de planten kunnen voor de vorst nog goed inwortelen en groeien het voorjaar erna meteen verder, en in de natte herfst daarna hoef je meestal geen water te geven. Planten met een kluit horen volgens de thuja-infoschrift alleen in de nazomer de grond in.
De RHS schrijft over het verplanten van een gevestigde plant. Als beste tijd om groenblijvers te verzetten noemt de RHS oktober of eind maart, wanneer de bodem warmer begint te worden; dan kunnen de wortels zich snel herstellen. De RHS is een Britse organisatie.
Een persbericht van de Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen van 27 maart 2014 (hierna: het persbericht) noemde het toen de juiste tijd om naaldbomen te planten, omdat de grond al genoeg was opgewarmd.
Kies volgens de RHS een windstille, grijze dag; dat helpt voorkomen dat de wortels uitdrogen.
De kluit
Tot waar de wortels lopen, zoek je volgens de RHS uit door proefgraven; voedingswortels vind je doorgaans vooral in het gebied onder de takken, over hun hele breedte. Bij grotere exemplaren kan de wortelmassa volgens de RHS een doorsnede hebben tussen 90 cm en 1,2 m of groter, en 40-45 cm diep zijn of dieper. Die getallen gelden voor bomen en struiken in het algemeen.
Waarom de kluit groot genoeg moet zijn, legt de Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen uit in een antwoord over het verplanten van een vier jaar geleden geplante zoete kers (hierna: de kersenvraag): het gaat erom genoeg wortelmassa mee te nemen, en met een voldoende grote kluit neem je ook een groter deel van de fijne wortels mee.
Het plantgat vooraf
Zorg volgens de RHS dat de nieuwe plek klaar is voordat je begint. Markeer hoe groot het wortelgestel naar schatting is en reken er 30-60 cm extra ruimte bij; graaf het gat 30 cm diep of dieper, en spit bodem en zijkanten los.
Volgens de kersenvraag moet de nieuwe plek goed worden voorbereid: een voldoende groot plantgat graven, eventuele verdichting opheffen en humus toevoegen, bij voorkeur goed verteerde compost, gemengd met de plantgrond in een verhouding van 1 op 3. Compost kun je ook als GFT-compost bij de gemeente halen, als die dat aanbiedt.
Voor een nieuwe haag uit de kwekerij raadt de thuja-infoschrift een sleuf aan die twee keer zo breed en zo diep is als de kluit. Controleer daarna of de grond verdicht is. Water mag volgens de thuja-infoschrift niet blijven staan, want dat bevordert bodemschimmels die de planten verzwakken en kunnen doden. Vul de sleuf bij voorkeur met een mengsel van plantgrond en teelaarde; dat maakt het aanslaan volgens die infoschrift makkelijker.
Voorbereiden en uitgraven
Een ouder exemplaar bereid je volgens de RHS zo mogelijk een jaar vooruit voor. Graaf in de rustperiode, tussen november en februari, een cirkelvormige sleuf van 30 cm breed en één spade diep, evenwijdig aan de omtrek van de takken. Die sleuf vul je op met scherp zand, wat de groei van fijne voedingswortels bevordert; die helpen de plant snel weer aan te slaan. Dun de plant daarbij volgens de RHS licht uit door oud, uitgeput hout weg te halen, maar snoei niet zwaar.
Dat laatste is een algemene aanwijzing voor bomen en struiken. Over thuja zelf schrijft de thuja-infoschrift dat thuja niet tot in het oude hout teruggeknipt mag worden: daar lopen nieuwe scheuten maar heel aarzelend uit, zo ze al komen. Hoe je een thujahaag knipt, staat op Coniferen snoeien.
Maak de grond de dag van tevoren goed nat. Bind de takken losjes bij elkaar voor je begint, en haal de plant eruit met een zo gaaf mogelijke kluit; dikkere wortels snijd je, als het moet, schoon door met een scherpe snoeischaar of een mes. Leg de kluit volgens de RHS voor het vervoer op vochtige jute of iets vergelijkbaars, en houd de wortels bedekt om uitdrogen door wind of zon te voorkomen.
Uitgraven en herplanten doe je waar het kan in één keer. Moet de plant even wachten, omhul de kluit dan met organisch materiaal en wikkel er jute om; zet hem koel en in de schaduw en houd hem goed nat.
Op de nieuwe plek
Over de diepte schrijft elke bron iets, elk voor een eigen situatie:
- De RHS: het oude grondspoor op de stam laat zien hoe diep de plant moet. Te diep planten is volgens de RHS een van de grootste oorzaken dat planten doodgaan; liggen de bovenste wortels bloot, dan schaadt dat de meeste planten net zo.
- De thuja-infoschrift, voor planten uit de kwekerij: even hoog als eerst in de kwekerij of in de pot.
- De kersenvraag: niet dieper dan op de oude plek.
- Het persbericht, voor naaldbomen uit de kwekerij: even diep als eerst in de kwekerij.
Voor kluitplanten uit de kwekerij beschrijft het persbericht ook de volgorde. Het jute doek blijft om de kluit, want dat verteert in de grond. Zet de kluit in het gat en vul het tot halverwege met grond, geef dan grondig water, maak het doek open en spreid het uit, vul de rest aan, trap de grond goed aan en geef nog eens water.
Duw de grond rond de plant volgens de RHS voorzichtig vast, zodat er geen lucht in blijft zitten. Grotere exemplaren en planten die in de wind staan, kunnen volgens de RHS een tot twee jaar steun nodig hebben van een paal of draden, tot ze weer vast staan, om te voorkomen dat de wind ze heen en weer schudt. Volgens de kersenvraag moet de boom tot slot met een paal worden gesteund en een gietrand krijgen.
Het jaar erna: water, ook in de winter
Verplanten vraagt volgens de RHS veel van een plant, en daarom verdient het jaar erna extra aandacht. Geef na het planten grondig water, en ook later wanneer het droog is. Een dikke mulch van organisch materiaal, zoals gehakselde schors of tuincompost, helpt vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken; houd de stamvoet vrij. Pas geplante groenblijvers kunnen volgens de RHS ook in de wintermaanden water nodig hebben, maar geef geen water bij vorst.
Volgens de thuja-infoschrift moeten pas geplante thuja, vooral na planten in de zomer of het voorjaar, afhankelijk van grondsoort en weer een- tot driemaal per week grondig water krijgen. Is de plant aangeslagen, dan is water in de zomer volgens die infoschrift alleen nog nodig bij langere droogte, en een mulchlaag heeft zich volgens de thuja-infoschrift bewezen om de grond vochtig te houden. Belangrijk is volgens de thuja-infoschrift de winter: als groenblijvende plant verdampt thuja dan ook water, en bij langere zonnige en droge periodes moet je daarom ook in de winter gieten.
Over bemesting schrijven de RHS en de thuja-infoschrift, elk voor een eigen situatie. Voor het eerste voorjaar na het verzetten noemt de RHS, zodra de groei op gang komt, een meststof voor algemeen gebruik. De thuja-infoschrift noemt voor het tweede en derde jaar na het planten een samengestelde meststof met magnesium; eenmalig in het voorjaar 25 g per strekkende meter volstaat. In de jaren daarna kan volgens die infoschrift telkens als het groeiseizoen begint compost worden gegeven; een liter per strekkende meter aan beide kanten van de haag is genoeg.
Als de thuja bruin wordt
Volgens de RHS kan een verkeerde watergift, te veel of juist te weinig, het aanslaan belemmeren; dat doen ook een te groot verlies aan wortels bij het verzetten en te diep planten.
De thuja-infoschrift beschrijft droogteschade bij thuja: takken worden plotseling bruin en sterven af, soms pas een jaar later. Dat de hele plant afsterft, is volgens die infoschrift zeer zeldzaam; meestal lopen er nieuwe zijscheuten uit. Voorkomen doe je volgens de thuja-infoschrift door bij droogte in winter en zomer genoeg water te geven. In de jaren voor de uitgave van de thuja-infoschrift (2013) traden volgens die infoschrift vaak zwakteparasieten op, die bij nieuwe aanplant, maar ook bij oude planten, tot zelfs volledige uitval leidden; meestal troffen ze planten die door te weinig water in lange droge periodes verzwakt waren. Vitale planten weerstaan plagen en ziekten volgens de thuja-infoschrift veel beter.
Bruine takken kunnen volgens dezelfde infoschrift ook door de thujamineermot komen, waarbij de aangevreten twijg bruin wordt en afvalt, of door de schimmel Kabatina thujae, waarbij afzonderlijke takken verbruinen en afsterven. Verder noemt de thuja-infoschrift zoutschade, vooral bij planten direct langs de weg die in de winter strooizout krijgen (kwijnen en groeiremming, tot aan het afsterven van de plant), en de thujaschorskever (afstervende takken met kleine verdikkingen aan de basis).
Kalkrijke grond verdraagt thuja volgens de thuja-infoschrift heel goed; alleen te zure grond niet, en daarop reageert de plant met groeiremming en vatbaarheid voor ziekten.
Hoe je een hortensia verplant, staat op Hortensia verplanten.
Wanneer je een kersenboom snoeit, staat op Kersenboom snoeien.
Hoe je een ligusterhaag verzet, staat op Liguster verplanten.