Clematis snoeien: welke snoeigroep, wanneer en hoe ver
Door Foliasana · Bijgewerkt: 14 september 2026
Een clematis die je niet snoeit, kan volgens de algemene snoeigids van de Royal Horticultural Society (RHS) een kluwen van stengels worden, met een kale voet en bloemen ver boven ooghoogte. Regelmatig snoeien bevordert volgens die gids sterke groei en de bloei, en houdt de plant in toom. Welke snoei past, hangt af van de snoeigroep. Naast de algemene snoeigids geeft de RHS voor elke groep een aparte gids; op die indeling is deze pagina gebouwd.
Eerst: in welke snoeigroep valt je clematis?
Voor het snoeien deelt de algemene snoeigids clematis in drie groepen in, op basis van de bloeitijd en de leeftijd van het hout waaraan de bloemen komen.
- Groep 1 bloeit vroeg in het jaar, aan scheuten van het vorige seizoen. De gids voor groep 1 noemt onder meer C. alpina, C. armandii, C. cirrhosa, C. macropetala en C. montana.
- Groep 2 zijn de grootbloemige cultivars die in mei en juni bloeien aan korte scheuten van het hout van vorig jaar; sommige bloeien in de late zomer nog eens aan nieuwe groei. De gids voor groep 2 noemt onder meer ‘Doctor Ruppel’, ‘Nelly Moser’ en ‘The President’.
- Groep 3 bloeit van midden tot laat in de zomer, aan ongeveer de bovenste 60 cm van de groei van dit jaar. De gids voor groep 3 noemt onder meer C. viticella, ‘Ernest Markham’ en ‘Polish Spirit’.
Weet je niet in welke groep je plant valt, kijk dan wanneer hij bloeit. De algemene snoeigids en de groeigids geven daarvoor dezelfde vuistregel: bloeit hij vóór de vroege zomer (juni), snoei dan niet; bloeit hij vanaf eind juni, snoei dan in de late winter (februari).
Sommige clematis die midden tot laat in de zomer bloeien, zoals ‘Jackmanii’ en ‘Perle d’Azur’, kun je volgens de gidsen voor groep 2 en groep 3 naar keuze als groep 2 of als groep 3 behandelen. Volgens de algemene snoeigids kun je de twee methodes ook combineren: je houdt een basisgestel en knipt andere stengels tot de voet terug, zodat de bloei langer duurt.
Groep 1: alleen snoeien als het nodig is
Groep 1 heeft volgens de gids voor groep 1 geen regelmatige snoei nodig. Moet het toch, dan snoei je direct na de bloei, in het midden of het late voorjaar, zodra het vorstgevaar voorbij is. De algemene snoeigids noemt op die regel één uitzondering: het weghalen van uitgebloeide bloemen.
Bij een gevestigde plant knip je volgens de gids voor groep 1 te lange takken bij en snoei je dode of door de winter beschadigde scheuten terug tot een paar gezonde knoppen. Een groeikrachtige soort als C. montana mag je na de bloei gewoon scheren om hem netjes te houden.
Een oude, volle plant kun je uitdunnen, maar verjongen is volgens die gids meestal makkelijker: knip direct na de bloei alle stengels tot bijna aan de voet terug, en geef daarna volgens de gids algemene meststof, een mulchlaag en bij droogte water. Doorgaans reageert de plant daar goed op; wacht daarna minstens drie jaar voordat je weer hard snoeit. De algemene snoeigids noemt voor zo’n verjonging 15 cm vanaf de voet, en schrijft dat het invloed heeft op de bloei.
C. armandii reageert volgens de gids voor groep 1 meestal niet goed op verjonging. Bij een gevestigde plant beperk je het snoeien tot wat nodig is om hem binnen de beschikbare ruimte te houden, en haal je in het voorjaar bladeren weg die door de wind verschroeid zijn.
Groep 2: in februari licht, en na de eerste bloei
Bij groep 2 wil je volgens de gids voor groep 2 een gestel van oud hout houden en tegelijk nieuwe scheuten uitlokken, zodat de plant het hele seizoen zo veel mogelijk bloeit. Je snoeit op twee momenten.
- In februari, voordat de groei begint: haal dode of zwakke stengels weg. Loop elke stengel van boven naar beneden af tot je bij een paar gezonde knoppen komt, en knip net daarboven; het dunne of beschadigde stuk erboven gaat eraf. Snoei niet zwaar, want dan gaan er bloemen verloren.
- Na de eerste bloei in de vroege zomer: wil je later in het seizoen een tweede bloei, knip dan een deel van de stengels terug tot grote knoppen of een sterke zijscheut direct onder de bloemen.
De algemene snoeigids noemt voor deze groep in haar overzicht van snoeitijden dezelfde twee momenten: februari en na de eerste bloei in de vroege zomer. In het deel over de werkwijze houdt die gids het eenvoudiger: daar hoef je alleen de bloemen na de bloei af te knippen, terug tot een grote groeiknop direct eronder, en wie wil, kan de plant ook ongesnoeid laten, op het weghalen van dode scheuteinden in het voorjaar na.
Een topzware of verwilderde plant maak je volgens de gids voor groep 2 in twee tot drie seizoenen geleidelijk kleiner, door na de eerste bloei harder terug te snoeien. Een tweede bloei komt er dan waarschijnlijk niet, maar het jaar erop bloeit de plant volgens de gids naar verwachting weer, in het late voorjaar of de vroege zomer. Het kan ook anders: laat de plant ongesnoeid en snoei hem om de drie of vier jaar in de late winter hard terug tot 30-90 cm vanaf de voet, zoals bij groep 3. Het eerste jaar daarna bloeit hij maar één keer.
Groep 3: elk jaar in februari kort
Groep 3 bloeit volgens de gids voor groep 3 in de late zomer aan hout van hetzelfde seizoen en maakt elk jaar nieuwe groei vanaf de voet; daarom kun je deze groep regelmatig hard terugsnoeien. Snoei je niet, dan groeit de plant volgens de algemene snoeigids verder waar hij het vorige seizoen ophield: een kluwen, met bloemen die vaak ver boven ooghoogte zitten en kale stengels onderaan.
Het moment ligt volgens de gids voor groep 3 in de late winter of het vroege voorjaar, als de knoppen tekenen van groei tonen, meestal in februari. Knip in februari of maart alle oude stengels terug tot het onderste paar gezonde knoppen, 15-30 cm boven de grond. De algemene snoeigids noemt voor deze groep februari, elk jaar, tot het onderste paar knoppen.
Kleinbloemige clematis met sierlijke zaadpluizen, zoals C. tangutica en C. orientalis, kun je volgens de gids voor groep 3 ook gewoon uitdunnen en terugknippen tot het vaste gestel van takken, zodat je van de zaadpluizen kunt genieten. Is er ruimte genoeg, dan kun je een clematis uit deze groep ook ongesnoeid over een pergola laten groeien.
Kruidachtige clematis, zoals C. heracleifolia, C. integrifolia en C. recta, snoei je volgens de algemene snoeigids en de gids voor groep 3 in de late herfst of het vroege voorjaar tot dicht bij de grond.
Een pas geplante clematis
Een jonge clematis die je niet snoeit, maakt volgens de gids voor groep 1 vaak heel lange, enkele stengels met alleen helemaal bovenaan bloemen. Daarom knip je volgens de drie gidsen per snoeigroep elke nieuw geplante clematis in het eerste voorjaar na het planten hard terug, tot net boven een sterk paar bladknoppen op ongeveer 30 cm boven de grond. Alleen als de plant al drie of vier gezonde stengels vanaf de voet heeft, is dat niet nodig. Dat zet de plant aan tot meer stengels, die je in het voorjaar en de zomer gelijkmatig over de steun verdeelt en vastbindt.
De groeigids van de RHS noemt een andere maat en een ander moment: voor klimmende clematis een eerste snoei tot 15-30 cm boven de grond, net boven een knop. Plantte je in de herfst, dan doe je dat volgens die gids in februari of maart erna; plantte je in het voorjaar, dan direct na het planten.
Snoeien in het broedseizoen
Groep 1 wordt na de bloei in het voorjaar gesnoeid, groep 2 ook na de eerste bloei in de vroege zomer. Volgens Vogelbescherming Nederland broeden veel vogelsoorten in de maanden maart tot en met juli, en bij veel soorten die twee of meer broedsels hebben, loopt het broeden door tot in augustus; een vaste periode bestaat volgens die organisatie niet. Wettelijk zijn alle inheemse vogels beschermd, en hun nesten en eieren ook; dat regelt de Omgevingswet.
Volgens Vogelbescherming is snoeien tijdens het broedseizoen niet automatisch verboden, maar zonder de wet te overtreden is dat lastig. Verboden is het in elk geval als je daarbij een broedende vogel, of een nest dat het hele jaar beschermd is, vernielt of verstoort. Vogelbescherming schrijft over bomen en struiken; dat hetzelfde voor een klimplant geldt, is de lezing van deze pagina. Een nest zoeken is volgens die organisatie zeer lastig; zelfs ervaren zoekers vinden ze lang niet allemaal. Als beste oplossing noemt ze werken buiten het broedseizoen.
Voor groep 1 heeft dat een eenvoudig gevolg: die groep heeft volgens de gids voor groep 1 geen regelmatige snoei nodig, dus bij twijfel kun je een jaar overslaan. Die afweging is van deze pagina. Snoei je groep 2 of 3 in februari, dan valt dat vóór die maanden, al staat er volgens Vogelbescherming geen vaste periode voor het broedseizoen; kies je bij groep 3 voor maart, wat de gids voor groep 3 ook noemt, dan zit je er al in.
Wat je onderweg tegenkomt
Een gesnoeide stengel kan volgens de algemene snoeigids niet meer uitlopen en een kleverige substantie afscheiden; dat heet slijmvloed. Echte meeldauw komt volgens die gids heel vaak voor bij clematis, en clematisverwelking zie je ook soms. Clematisverwelking is volgens de groeigids een schimmelziekte die de stengels van grootbloemige cultivars laat verwelken en zwart laat worden. Verwelkt een ander type clematis, dan ligt de oorzaak volgens de groeigids eerder bij de groeiomstandigheden, zoals droogtestress in arme, ondiepe grond; ook slakkenvraat kan vergelijkbare verschijnselen geven.
Kleine hoeveelheden gezond snoeisel kun je doorgaans kwijt in de GFT-container, voor grotere partijen is er de milieustraat; wat precies mag, bepaalt je gemeente.
Hoe je een clematis bemest, staat op Clematis bemesten.