Appelboom ziek: ziektes herkennen aan blad, vrucht en hout

Drie appels aan een tak, groen en bij één met een rode blos, met bruine, deels ruwe vlekken op de schil; eromheen donkergroene gekartelde bladeren en enkele bruine, verdroogde resten.
· Beeld: Appelschurft (Venturia inaequalis), Jan Homann / Wikimedia Commons (Public domain (PD-self)) · Wikimedia Commons

Door Foliasana · Bijgewerkt: 15 september 2026

Zie je iets vreemds aan je appelboom, begin dan bij wat je ziet en waar. Het infoblad over schadebeelden aan fruit van de Bayerische Gartenakademie (Infoschrift 3301, verder: het infoblad) is daarvoor gemaakt: volgens het infoblad helpt het overzicht om de oorzaak van een schade te vinden. Het zet bij elk schadebeeld een oorzaak, en voor de appel ziet dat er zo uit:

WaarWat je zietOorzaak volgens het infoblad
Blad en vruchtrondachtige, zwartgroene, fluweelachtige vlekken die later verkurkenschurft
Vruchteerst kleine rotte plekken die zich snel uitbreiden, met puistjes in ringenvruchtrot (Monilia)
Scheuttop en vruchtwitte, meelachtige laag; vruchten met een netvormig ruwe schilappelmeeldauw
Wondwatachtige laag, later woekeringenbloedluis
Bloei, scheut en bladverwelken, bruin tot zwart worden en aan de boom blijven hangen; donkere hoofdnerven in het bladbacterievuur
Stam en takopen, wulstige wonden; kwijnen tot afstervenvruchtboomkanker

Twee regels staan wat apart. Vruchtrot is volgens het infoblad meestal een secundaire schade, het gevolg van verwondingen van de vruchtschil. En de bloedluis is een luis, geen ziekte; het infoblad zet hem in hetzelfde overzicht.

Appelschurft

Tegen schurft noemt het infoblad vier maatregelen: de kroon vakkundig uitdunnen, op de vatbaarheid van het ras letten, afgevallen blad in maart van de grond halen en schaduwrijke plekken met een hoge luchtvochtigheid vermijden.

De gewasbeschermingsbrochure van dezelfde academie (verder: de brochure) schrijft bij schurft: mijd schaduwrijke plekken met een hoge luchtvochtigheid, en dun de kroon genoeg uit, zodat het vocht er niet te lang blijft hangen. Herfstblad laat je niet op de grond liggen; haal het uiterlijk begin maart weg, omdat het anders als overwinteringsbrug dient. Vatbare rassen, zoals Elstar, Glockenapfel, Gloster, Golden Delicious en Jonagold, mijd je.

Fungiciden zijn in de huistuin volgens de brochure vaak problematisch, omdat je daar het juiste moment voor de bestrijding niet kunt vaststellen.

Appelmeeldauw

Het schadebeeld volgens het infoblad: een witte, meelachtige laag op de scheuttoppen, en vruchten met een netvormig ruwe schil. Als maatregelen noemt het infoblad: de zieke scheuttoppen consequent terugsnoeien, vooral tijdens het uitlopen in het voorjaar, en robuuste rassen verkiezen. De brochure schrijft: snoei het hele jaar door de aangetaste scheuttoppen met de verdroogde knoppen en de bepoederde bladeren ruim terug tot in het gezonde hout. Het afval verzamel je volgens de brochure voor de zekerheid en composteer je. Chemische maatregelen zijn in de huistuin volgens de brochure niet zinvol.

Zachte winters of grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht bij een hoge luchtvochtigheid bevorderen volgens de brochure de aantasting.

Een watachtige laag op wonden, die later woekeringen geeft, hoort in het infoblad bij de bloedluis. Daar kras je volgens het infoblad de aangetaste plekken af met een draadborstel en geef je minder stikstof. De brochure noemt bij de bloedluis een staalborstel, en daarnaast: vakkundig snoeien, bijvoorbeeld zonder stompjes te laten staan, niet sterk terugsnoeien en minder stikstof geven.

Vruchtboomkanker

Aan stam en takken ontstaan open, wulstige wonden, en de boom kwijnt, tot afsterven toe. Volgens het infoblad snoei je 10 tot 15 cm onder de aangetaste plek terug, sluit je de wond daarna af en ontsmet je het gereedschap. De brochure beschrijft het zo: aangetaste stukken schors ruim terugsnijden tot in het gezonde hout, of kankerwonden helemaal uitsnijden, dat wil zeggen al het bruin geworden hout weghalen.

Over het moment verschillen de twee documenten. Volgens het infoblad snoei je niet bij regen en zo laat mogelijk, in maart. Volgens de brochure voer je snoeimaatregelen zo mogelijk in de zomer uit.

Daarnaast noemen ze allebei de plek en de stikstof: geen aanplant op natte, koude grond waar water kan blijven staan, geen schaduwrijke plek, en minder stikstof. De brochure betrekt de natte grond uitdrukkelijk op vatbare rassen en schrijft bij de stikstof: tot een minimum. Ze voegt eraan toe: vakkundig snoeien en geen stompjes laten staan.

Vruchtrot

Vruchtrot (Monilia) begint volgens het infoblad met kleine rotte plekken op de vruchten, die zich snel uitbreiden; de puistjes in ringen zijn vruchtlichamen van de schimmel. Meestal is het een secundaire schade, het gevolg van verwondingen van de vruchtschil. Om de druk te verlagen, raap je rotte vruchten regelmatig op en haal je vruchtmummies weg voordat de boom uitloopt. Die vruchtmummies horen volgens het infoblad niet op de composthoop.

Bacterievuur: zekerheid geeft alleen het laboratorium

Bloeiwijzen en scheuten verwelken, worden bruin tot zwart en blijven aan de boom hangen; de hoofdnerven van de bladeren zijn donker gekleurd. Het gegevensblad van het Julius Kühn-Institut over Erwinia amylovora (verder: het gegevensblad) noemt nog een haakvormige kromming en barnsteenkleurige slijmdruppels bij vochtig, warm weer.

Een zekere diagnose kun je zelf niet stellen: volgens het infoblad kan dat alleen in het laboratorium. Volgens het gegevensblad neemt bij een vermoeden van aantasting de bevoegde instantie monsters en onderzoekt ze. Het gegevensblad noemt ook wat erop lijkt: de symptomen aan bloemen en scheuten zijn gemakkelijk te verwarren met Pseudomonas syringae, Monilia sp., Fusarium sp. of droogteschade.

De brochure schrijft: snoei verdachte of aangetaste planten of plantendelen zo snel mogelijk ruim terug tot in het gezonde hout en verbrand ze zo mogelijk meteen ter plekke; zoek bij grotere hoeveelheden een geschikte brandplaats in de buurt, en ontsmet het snoeigereedschap. Breng de plaatselijk bevoegde instantie voor plantenbescherming op de hoogte, zoek de omgeving van aangetaste planten af naar andere dragers en controleer herhaaldelijk op aantasting. Het infoblad zegt: vraag advies bij de dienst voor plantenbescherming.

Het Julius Kühn-Institut voert Erwinia amylovora als een in de EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme en als quarantaineorganisme voor beschermde gebieden. Het gegevensblad is bedoeld voor bedrijven die plantenpaspoorten afgeven.

In Nederland is bestrijding volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) niet verplicht, behalve in de tien bufferzones voor bacterievuur. Volgens de NVWA-pagina over de bufferzones geldt de plicht daar voor iedereen, ook voor particulieren met een tuin, en moet de grondeigenaar aangetaste planten direct verwijderen of laten verwijderen; buiten de bufferzones raadt de NVWA bestrijding wel aan. In Vlaanderen meld je een vermoedelijke besmetting, in je eigen tuin of in de omgeving, volgens het Agentschap Landbouw en Zeevisserij online via www.bacterievuur.be. Zo’n melding komt bij de provinciale meldpunten bacterievuur terecht; die laten je weten of het werkelijk bacterievuur is en hoe je de zieke delen het best verwijdert. Wordt een besmetting vastgesteld in de bufferzones die het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) elk jaar controleert, dan moet dat volgens de bacterievuurpagina van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij aan het FAVV gemeld worden.

Waardplanten zijn volgens de brochure alle sierstruiken en wilde struiken met appelvruchten, vooral witte en rode meidoorn, lijsterbes, grootbladige Cotoneaster-soorten, kweepeer en peer.

Rassen per ziekte

In de inleiding van het infoblad staat het uitgangspunt: resistente of tolerante rassen verdienen de voorkeur, om minder gewasbeschermingsmiddelen te hoeven gebruiken. Welke rassen dat zijn, hangt van de ziekte af. De brochure noemt bij vier ziektes vatbare rassen, en bij drie daarvan ook rassen aan de andere kant (per vak alfabetisch, dus geen rangorde):

VatbaarResistent, tolerant of minder vatbaar
SchurftElstar, Glockenapfel, Gloster, Golden Delicious, Jonagoldresistent: Ahra, Florina, Gerlinde, Rebella, Resi, Retina, Rewena, Rubinola, Topaz; tolerant: Delbard Jubilé, Discovery, Pilot, Piros
MeeldauwCox Orange, Gala, Goldparmäne, Idared, Jonathan, Weißer Klarapfelminder vatbaar: Alkmene, Berlepsch, Danziger Kant, Discovery, Dülmener Rosenapfel, James Grieve, Re-rassen
VruchtboomkankerBerlepsch, Cox Orange, Elstar, Gala, Gloster, Golden Delicious, Idared, James Grieve, Klarapfel, Ontario–
BacterievuurBerlepsch, Cox Orange, Gloster, James Grieve, Jonagold, Jonathan, Klarapfelweerbaar: Remo, Rewena en andere Re-rassen

Legt deze pagina de lijsten naast elkaar, wat de brochure zelf niet doet, dan staan Berlepsch en James Grieve bij meeldauw bij de minder vatbare rassen, en bij vruchtboomkanker en bacterievuur bij de vatbare.

Kies je een nieuwe appelboom, dan kun je bij een boomkwekerij of tuincentrum vragen welke rassen voor jouw tuin in aanmerking komen.

Middelen

Bij een hardnekkige of terugkerende aantasting door schurft, meeldauw of vruchtboomkanker vraag je advies bij een tuincentrum of hovenier. Voor bacterievuur noemt de brochure de plaatselijk bevoegde instantie (zie hierboven).

Een paar huismiddeltjes staan wel in de brochure, onder de kop afweermaatregelen met onzekere werking: bij schurft een aftreksel van brandnetel of van algen, bij meeldauw een aftreksel van heermoes, bij vruchtboomkanker een waterglasoplossing en een heermoes-/leembrij. Telkens staat erbij dat de werking niet is bevestigd door de officiële middelenkeuring.

Gereedschap, snoeihout en afval

  • Gereedschap ontsmetten. Dat staat in beide documenten: in het infoblad bij vruchtboomkanker, in de brochure bij bacterievuur.
  • Afval per ziekte. Snoeiafval van meeldauw verzamel je volgens de brochure voor de zekerheid en composteer je. Vruchtmummies van vruchtrot horen volgens het infoblad niet op de composthoop. Bij bacterievuur verbrand je het aangetaste hout volgens de brochure zo mogelijk ter plekke.
  • Afgevallen blad. Bij schurft noemen beide documenten het: het infoblad in maart, de brochure uiterlijk begin maart.

Kijk bij je gemeente wat er in de GFT-bak mag, en vraag daar ook of je snoeihout ter plekke mag verbranden.

Hoe je een appelboom snoeit, staat op Appelboom snoeien.

Hoeveel stikstof een appelboom nodig heeft en wanneer, staat op Appelboom bemesten.

Veelgestelde vragen

Hoe herken je ziektes aan een appelboom?

Aan wat je ziet en waar. Het infoblad over schadebeelden aan fruit van de Bayerische Gartenakademie zet bij elk schadebeeld een oorzaak. Een witte, meelachtige laag op de scheuttoppen hoort daar bij appelmeeldauw, rondachtige, zwartgroene, fluweelachtige vlekken op vrucht en blad bij schurft, en open, wulstige wonden aan stam en takken bij vruchtboomkanker.

Welke ziektes krijgt een appelboom?

De gewasbeschermingsbrochure van de Bayerische Gartenakademie behandelt bij de appel vier ziektes: appelschurft, appelmeeldauw, vruchtboomkanker en bacterievuur. Het infoblad over schadebeelden aan fruit van dezelfde academie noemt daarnaast vruchtrot door Monilia, volgens dat infoblad meestal een secundaire schade na verwondingen van de vruchtschil. De bloedluis staat ook in dat overzicht, maar is een luis en geen ziekte.

Wat is de witte laag op de scheuttoppen van een appelboom?

Volgens het infoblad over schadebeelden aan fruit van de Bayerische Gartenakademie is een witte, meelachtige laag op de scheuttoppen het schadebeeld van appelmeeldauw. Het infoblad raadt aan de zieke scheuttoppen consequent terug te snoeien, vooral tijdens het uitlopen in het voorjaar. De gewasbeschermingsbrochure van dezelfde academie schrijft: het hele jaar door de aangetaste scheuttoppen ruim terugsnoeien tot in het gezonde hout. Een watachtige laag op wonden, die later woekeringen geeft, hoort in het infoblad bij de bloedluis.

Wat betekenen open wonden aan de stam of een tak?

Open, wulstige wonden aan stam en takken en een kwijnende boom, tot afsterven toe, horen volgens het infoblad over schadebeelden aan fruit van de Bayerische Gartenakademie bij vruchtboomkanker. Het infoblad zegt: snoei 10 tot 15 cm onder de aangetaste plek terug, sluit de wond af en ontsmet het gereedschap. Over het moment verschillen twee documenten van die academie: het infoblad noemt zo laat mogelijk, in maart, en niet bij regen; de gewasbeschermingsbrochure noemt zo mogelijk de zomer.

Wat doe je bij een vermoeden van bacterievuur?

Een zekere diagnose kun je zelf niet stellen: volgens het infoblad over schadebeelden aan fruit van de Bayerische Gartenakademie kan dat alleen in het laboratorium. Het gegevensblad van het Julius Kühn-Institut is bedoeld voor bedrijven die plantenpaspoorten afgeven; volgens dat gegevensblad neemt bij een vermoeden van aantasting de bevoegde instantie monsters en onderzoekt ze. De gewasbeschermingsbrochure van de Bayerische Gartenakademie schrijft: breng de plaatselijk bevoegde instantie voor plantenbescherming op de hoogte. In Nederland is bestrijding volgens de NVWA alleen verplicht in de tien bufferzones voor bacterievuur; volgens haar pagina over die bufferzones geldt dat daar ook voor particulieren, en raadt ze bestrijding daarbuiten wel aan. In Vlaanderen meld je een vermoedelijke besmetting volgens het Agentschap Landbouw en Zeevisserij online via www.bacterievuur.be. Volgens de bacterievuurpagina van datzelfde Vlaamse agentschap moet een vastgestelde besmetting in de bufferzones die het FAVV elk jaar controleert, aan het FAVV gemeld worden.

Helpen huismiddeltjes tegen appelschurft?

De gewasbeschermingsbrochure van de Bayerische Gartenakademie zet een aftreksel van brandnetel of van algen bij schurft onder afweermaatregelen met onzekere werking, met de opmerking dat de werking niet is bevestigd door de officiële middelenkeuring. Wat de brochure wel noemt: schaduwrijke plekken met een hoge luchtvochtigheid mijden, de kroon genoeg uitdunnen en herfstblad uiterlijk begin maart weghalen.

Welk appelras is minder vatbaar voor ziektes?

Dat hangt van de ziekte af. De gewasbeschermingsbrochure van de Bayerische Gartenakademie noemt als schurftresistent onder meer Florina, Rebella, Rubinola en Topaz, en tegen bacterievuur als weerbaar Remo, Rewena en andere Re-rassen. Legt deze pagina de lijsten naast elkaar, dan staat Berlepsch bij meeldauw bij de minder vatbare rassen, maar bij vruchtboomkanker en bacterievuur bij de vatbare.

Bronnen