Vetplant: problemen herkennen

Waar zie je het probleem? Kies eerst het gebied en daarna het symptoom. (Dit hulpmiddel gaat over de gewone vetplanten; het is belangrijk om te weten welke soort je hebt.) Deze tool stelt geen definitieve diagnose en adviseert geen middelen of doseringen.

1) Waar zit het probleem?

Alle mogelijke oorzaken

Je kunt ook meteen naar een oorzaak gaan.

Standplaats-tip: Dit hulpmiddel gaat over de gewone vetplanten; per soort en per seizoen schuift het. ⚠ Voor deze groep geven de bronnen niet één bereik voor de kamertemperatuur, en dit hulpmiddel geeft er dan ook geen, want de groep omvat heel veel soorten en die verschillen onderling. Water geven: Iowa State University Extension geeft als beste maatregel de cyclus van nat maken en laten opdrogen: de grond wordt helemaal nat gemaakt en daarna helemaal laten opdrogen. Dezelfde bron wil een afwateringsgat in de pot en grond die niet te organisch en niet te fijn van structuur is. Bij een vetplant geldt deze praktische regel: weet je het niet zeker, geef dan geen water. Kijk bij het zoeken naar een symptoom eerst naar het weefsel: is het zacht of opgezwollen (te veel water) of droog en gerimpeld (te weinig water)? ⚠ Of een plant gevaarlijk is voor je huisdier verschilt per soort; kijk bij de tak over welke plant het is.

Te veel water / wortelrot

Iowa State University Extension beschrijft te veel water bij vetplanten zo: vergeelde bladeren en zachte, papperige bladeren en stengels; na verloop van tijd vallen de bladeren af; het oppervlak van de grond voelt nat of vochtig aan; wordt het erger, dan zie je schimmel of rouwmuggen. Dezelfde bron schrijft dat er in verzadigde grond minder zuurstof is en dat de wortels afsterven, en dat de plant er soms niet meer bovenop komt als de rot al ver is.

Wat je kunt doen

  1. Stop meteen met water geven; Iowa State University Extension schrijft dat je de grond tussen twee gietbeurten goed laat opdrogen. Laat hem niet weer in het water staan.
  2. Is het licht, dan kan de grond laten opdrogen genoeg zijn; is het ernstig, haal de plant dan uit de pot, snijd de bruine en zachte wortels met schoon gereedschap weg, laat hem 1 tot 3 dagen drogen en zet hem daarna in grove grond.
  3. Is de kop zacht maar de voet van de stam nog stevig: dan kun je de plant redden door de gezonde kop af te snijden en die te laten wortelen (nadat de snee is opgedroogd en dicht is).
  4. Gebruik grove, goed doorlatende grond en een pot met een afwateringsgat; Iowa State University Extension wil een afwateringsgat in de pot en grond die niet te organisch en niet te fijn van structuur is, want zulke grond houdt te veel water vast. Iowa State University Extension geeft als beste maatregel de cyclus van nat maken en laten opdrogen: de grond wordt helemaal nat gemaakt en daarna helemaal laten opdrogen.

Te weinig water / inschrompelen

Iowa State University Extension beschrijft te weinig water bij vetplanten zo: de bladeren worden MEESTAL geel, schrompelen in en worden bruin voordat ze afvallen; de stengel en de bladeren KUNNEN er gekreukt en gevlekt uitzien. (De voorbehouden van de bron zelf zijn hier overgenomen.) Het verschil met het zachte, opgezwollen weefsel bij te veel water is dat het weefsel hier droog en stevig blijft.

Wat je kunt doen

  1. Zijn de wortels gezond, pas dan nat maken en laten opdrogen toe: maak de grond goed nat met ruim water (zodat het bij alle wortels komt) en laat het overschot uitlekken. Iowa State University Extension geeft als beste maatregel de cyclus van nat maken en laten opdrogen: de grond wordt helemaal nat gemaakt en daarna helemaal laten opdrogen.
  2. Wacht daarna tot de grond helemaal is opgedroogd en geef dan weer water.
  3. Gaan het rimpelen en het zacht zijn samen, dan is het geen droogte maar mogelijk te veel water of rot; kijk dan eerst naar het weefsel en naar de wortels.

Uitrekken naar het licht (etiolering), te weinig licht

Bij te weinig licht rekt een vetplant naar het licht toe. Iowa State University Extension beschrijft dat zo: lange, ijle, slappe nieuwe groei met een FLETSE kleur. De stengel wordt langer, er komt ruimte tussen de bladeren, en rozetvormige vetplanten leggen hun bladeren plat en gaan opzij hangen. Het uitgerekte stuk blijft zo.

Wat je kunt doen

  1. Zet de plant stap voor stap op een lichtere plek (een raam op het zuiden of het oosten) of licht hem bij met een groeilamp; ineens in de volle zon zetten verbrandt hem.
  2. Draai de pot regelmatig een slag, dan gaat hij niet naar één kant hangen.
  3. Bij rozetvormige vetplanten kun je de gezonde kop afsnijden ("onthoofden"), de snee een paar dagen laten opdrogen tot hij dicht is en hem daarna laten wortelen; zo krijg je een nieuwe, compacte plant. Van de bladeren aan de lange steel die overblijft, kun je ook nieuwe planten maken.

Zonnebrand (plotselinge of te felle zon)

Een vetplant die van weinig licht ineens in de felle zon komt, verbrandt; je ziet dat aan bruine of witte, krokante verbrande vlekken op de bladeren (aan de zonkant). Het komt vaak voor bij een plant die net is verhuisd, bij een stek zonder wortels en bij de warme zon na een reeks bewolkte dagen. De schade blijft.

Wat je kunt doen

  1. Zet de plant op een plek met meer schaduw of met minder fel licht; laat hem altijd stap voor stap wennen als hij van schaduw naar zon gaat.
  2. Verbrande bladeren worden niet meer zoals ze waren, maar de plant komt er wel bovenop; na verloop van tijd komt er gezonde nieuwe groei en vallen de beschadigde bladeren af.
  3. Bescherm gevoelige planten in de warme middagzon met vitrage of met een schaduwdoek.

Meer hierover: Bladverbranding: hoe de directe zon je plant verbrandt

Gewone bladval van oud onderste blad (geen probleem)

Naarmate een vetplant groeit, maakt hij vanuit het midden nieuw blad en laat hij de oudste onderste bladeren uitdrogen en vallen. Dat is gewoon: de onderste bladeren verwelken droog, papierachtig en gezond, zonder zacht te worden, nat te zijn of van vorm te veranderen.

Wat je kunt doen

  1. Vallen alleen de onderste of oude bladeren droog en papierachtig af terwijl de plant nieuwe groei maakt (en het hart gezond is), dan hoef je niets te doen.
  2. Haal de uitgedroogde onderste bladeren er voorzichtig af; zo hou je plagen en ziekten weg die zich in dood weefsel nestelen.
  3. Zijn de bladeren die afvallen zacht en nat, of gaat het om de bovenste bladeren, dan is het niet gewoon; kijk dan bij de takken over het weefsel en het water.

Kou / vorstschade

Vetplanten kunnen niet tegen kou; vorst en temperaturen onder het vriespunt laten de celwanden knappen. De bladeren worden zacht en doorschijnend, kleuren donker en vallen af. De schade komt soms niet meteen aan het licht, maar pas als het weer warmer wordt.

Wat je kunt doen

  1. Zet de plant meteen op een warme plek, weg van de vorst; bescherm hem 's winters tegen de koude ruit en tegen buiten.
  2. Haal de bevroren, zachte en zwarte bladeren met schoon gereedschap weg.
  3. Wacht af hoe het gezonde deel er weer bovenop komt.

Kleurverandering (rood of roze worden, lichte stress)

Veel vetplanten kleuren hun randen rood of roze bij lichte stress, zoals fel licht, kou of dorst. Dat is meestal niet ernstig, bij sommige soorten is die kleur zelfs gewenst; zolang het weefsel gezond is (stevig, niet zacht) hoef je je er geen zorgen over te maken.

Wat je kunt doen

  1. Is het weefsel gezond (niet zacht geworden en niet krokant), dan is die kleur meestal onschuldig; houd het in de gaten.
  2. Kwam de kleur er ineens bij door felle zon en zitten er ook krokante bruine of witte vlekken op het blad, dan kan het zonnebrand zijn; kijk dan bij de tak over de zon.
  3. Neem de oorzaak wat weg (minder felle zon, bescherming tegen kou, of water geven volgens "nat maken en laten opdrogen").

Schok van het verhuizen, verpotten of een andere omgeving

Een vetplant die net is gekocht, verplaatst of verpot, kan van die plotselinge verandering stress krijgen en een paar bladeren laten vallen; ook een plotselinge wisseling in temperatuur of licht brengt dat op gang.

Wat je kunt doen

  1. Raak niet in paniek; geef de plant een paar dagen of weken om te wennen.
  2. Houd hem op een vaste plek met veel licht en giet zoals het hoort; verplaats hem niet steeds en zet hem niet ineens in de volle zon.
  3. Geef hem in die periode niet te veel water en geen voeding; is hij er weer bovenop, ga dan over op de gewone verzorging.

Vergeling door een voedingstekort

Vergelen de bladeren over de hele plant zonder zacht te worden en zonder op te zwellen, dan kan dat met een voedingstekort te maken hebben. ⚠ Wat deze groep aan voeding nodig heeft, en dat de voeding in de grond met de tijd opraakt, komt in de bronnen niet aan bod; dit hulpmiddel voert daar dan ook geen mechanisme voor aan.

Wat je kunt doen

  1. In de groeitijd kun je een verdunde, evenwichtige vetplantenvoeding geven, of de plant in verse grond zetten. ⚠ Een hoeveelheid of een frequentie voor de voeding staat in geen van de bronnen; dit hulpmiddel geeft die dan ook niet, houd de aanwijzing op de verpakking aan.
  2. Schiet niet door naar te veel voeding; weinig en verdund is genoeg.
  3. Gaat de vergeling samen met zacht of nat blad, dan kan het geen voeding zijn maar te veel water; kijk dan bij de tak over het weefsel.

Welke vetplant is dit? Determinatie en je huisdier

"Vetplant" is een brede groep, en of een plant gevaarlijk is voor je huisdier verschilt per soort. Daarom is dit belangrijk: je wilt je huisdier niet in gevaar brengen door van de verkeerde plant uit te gaan.

Wat je kunt doen

  1. Voor de groep "vetplanten" als geheel is dat niet bevestigd: de ASPCA heeft losse soorten als niet giftig vastgelegd (Zebra Haworthia / Haworthia fasciata, blauwe echeveria / Echeveria glauca, ezelsstaart / Sedum morganianum), maar die vermeldingen gaan ALLEEN OVER DE SOORT DIE ER STAAT. Weet je niet welke soort je in huis hebt, dan verklaart dit hulpmiddel hem niet ongevaarlijk.
  2. ⚠ Hangende vetplanten met kraal- of hartvormige blaadjes kunnen niet op die lijst. Dat uiterlijk heeft de erwtenplant (Senecio rowleyanus) ook, en die IS GIFTIG; van de Ceropegia woodii is de vermelding niet bevestigd. Hangende kraalvormige blaadjes alleen zijn dus geen bewijs dat een plant ongevaarlijk is.
  3. Een klein "boompje" met dikke, ovale, glanzende bladeren (jadeplant of crassula), bont en gevlekt vlezig blad (kalanchoë), spitse bladeren vol gel (aloë), een plant die wit melksap geeft als je erin snijdt (Euphorbia) en een plant met glanzend, donker, spits blad (Zamia) zijn giftig.
  4. Weet je het niet zeker, houd de plant dan bij je huisdier vandaan en vraag zo nodig advies aan een hovenier of aan je dierenarts.

Plagen (wolluis / spint / dopluis)

Witte wollige propjes bij de bladvoet of tussen de bladeren (wolluis), fijne spinragjes (spint), bruine schildjes (dopluis) of een plakkerige laag zijn tekenen van een plaag; ze zuigen sap op, verzwakken de plant en kunnen bladval geven.

Wat je kunt doen

  1. Zet de plant apart van de andere planten.
  2. Haal de beestjes die je ziet er stuk voor stuk af met een schoon stokje (zo nodig vochtig of licht in alcohol gedoopt); kijk goed bij de bladvoeten.
  3. Bij spint kun je zorgen voor meer luchtbeweging.
  4. Is de aantasting uitgebreid of komt hij steeds terug, vraag dan advies bij een hovenier of tuincentrum bij jou in de buurt; houd nieuwe planten 2 tot 4 weken apart.

Meer hierover: Plagen op kamerplanten: van signaal naar naam

Bij een hardnekkige of terugkerende aantasting kun je advies vragen bij een tuincentrum.

← Vetplanten verzorgen: water geven, licht en veelvoorkomende problemen

Bronnen